De onvermijdelijke ‘Ik ben gestopt als voetbalscheidsrechter’-column had ik graag nog een aantal jaren willen uitstellen. Helaas. Het mocht niet zo zijn. Ik wil er niet al te veel woorden aan vuil maken, maar ik heb een keuze moeten maken tussen veld- en zaalsporten. Beter voor mijn toekomst, medisch maar ook maatschappelijk. Om de dingen te kunnen blijven doen die ertoe doen, rest me om vooral actief te kunnen blijven in de zaal. Daar kan ik me beter op voorbereiden, is kans op (herhaald) letsel minder groot, kan ik alsnog sportief blijven voortbewegen op de manier die ook wenselijk is én kan ik nog twee kanten uit.
Misschien ligt er nog een bescheiden carrière als zaalvoetbalarbiter in het verschiet voor mij. Ik kijk wel hoe dingen lopen. Maar in elk geval kan ik nog op een vrij leuk niveau als basketbalfluitist mijn ei kwijt. Bovendien is mentoren een nuttige en gewenste bezigheid. Het is mogelijk om beide met elkaar combineren. En ik ben al gevraagd om dit ook bij het voetbal te doen. Maar bijvoorbeeld rapporteur zijn, dat is niks voor mij. Iedereen doet zijn best, ik wil niet mede-verantwoordelijk zijn voor iemands promotie of degradatie. Iedere collega verdient respect en dient te worden gewaardeerd vanwege zijn/haar inzet. Wie wel wil worden beoordeeld op prestaties moet dit los hiervan kunnen aangeven. Alleen daarvan zou eventuele promotie afhankelijk moeten zijn. Wie zijn/haar sporen heeft verdiend verliest ook niet opeens zijn/haar talenten. Voor hen zou ruimte vrij moeten blijven om op niveau te kunnen blijven fluiten.
Gestopt. Een woord dat ook een andere lading kan krijgen, maar één waar niemand op hoopt. ‘Gestopt’ kan ook betekenen dat iemand die je kent van een bepaalde hobby, werkzaamheid of gezamenlijke inspanning er plotseling niet meer is. Waarbij de witte tint die als achtergrond fungeert tijdens het leven overgaat in een zwarte. Waarbij het vanwege uitzonderlijke prestaties verdiende wapperende spreekwoordelijke lintje wordt vervangen door een stilliggende sjerp of vlag. Waarbij de repeterende zucht overgaat in een laatste adem. Waarna iedereen tot de conclusie komt dat van iemand een keer afscheid nemen geen loze zin is, maar dat een vaarwel wel degelijk bestaat.
In een tijdsbestek van nog geen twee dagen, toen ik werd geconfronteerd met de keuze tussen doorgaan of stoppen met m’n fluithobby op het voetbalveld, ontvielen in mijn familie, vrienden- en kennissenkring maar liefst vijf mensen. En daarbuiten – ik noem dat maar even ‘in hobbysfeer’ – binnen 48 uur twee scheidsrechters, drie sportbestuurders en twee sporters.
‘Gestopt’ zijn is meteen zo definitief en onomkeerbaar. Maar wat wel blijft is de herinnering. Die uiteraard niet gelijk is aan wat ik heb beleefd met betrekking tot mijn laatste fluitsignaal als aangesteld voetbalscheidsrechter. Ik realiseer me namelijk dat dit eigenlijk ook maar een vrijetijdsbesteding was. En dat ik nu meer gelegenheid heb om mijn naasten te kunnen ontmoeten dan voor die tijd. Dat is me ook best veel waard. Heel veel.
Maar het definitief uitschrijven doe ik voorlopig nog even niet. Misschien is er toch nog af en toe een moment om een clubwedstrijdje leiden. Vrijblijvend, dat wel. Maar de druk is nu van de ketel. Ik ga stoom afblazen.
Egbert Egberts floot bijna veertig jaar wekelijks wedstrijden in het amateurvoetbal. Nu loopt hij langs de velden, snuift sfeer. De leidsman schrijft over zijn persoonlijke ervaringen in het verleden, mooie personen en actuele gebeurtenissen in dat door ons zo geliefde amateurvoetbal. Vragen en/of opmerkingen? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.







