DBGC is erin geslaagd om het belangrijke duel met directe concurrent Arnemuiden in winst om te zetten. Op een zonovergoten Sportpark de Koepel werd het 2-1 voor de blauw-witten.
DBGC begon goed aan het duel met Arnemuiden. Vanaf de eerste minuut nam DBGC het initiatief en probeerde het op zoek te gaan naar de de eerste kansen.
De eindpass was hierin steeds net niet goed genoeg of een verdediger van Arnemuiden slaagde erin om de bal weg te werken. In de omschakeling moest DBGC waakzaam zijn omdat hier overduidelijk de kwaliteit van de bezoekers lag. Na een half uur werd Jeroen Sep aangespeeld in het zestienmetergebied. Hij werd vervolgens onreglementair gestopt en de scheidsrechter wees naar de stip. Aanvoerder Tim Mackloet zorgde vanaf elf meter voor de 1-0.
Richting het einde van de eerste helft werd Lars van Es aangespeeld. Hij omspeelde zijn directe tegenstander, maar zijn schot verdween helaas over het doel. Vlak voor rust werd Thijs Tromp weggestuurd aan de rechterkant. Zijn voorzet werd door Jeroen Sep meegenomen en via de doelman in het net geschoten, waardoor DBGC met een 2-0 voorsprong de rust in ging.
In de tweede helft ontstond een ander spelbeeld. DBGC ging niet goed om met de geboden ruimte op het veld en vergat te vaak om te voetballen. Arnemuiden slaagde er zo in om DBGC verder achteruit te dringen zonder dat dit direct tot grote kansen leidde. Met veel opportunistisch spel ontstonden er wel dreigende situaties voor de goal. Tien minuten voor tijd kwam Arnemuiden verdiend terug tot 2-1 nadat de rechtsachter fraai raak schoot.
In de slotfase ontstonden er nog enkele hachelijke situaties voor de goal, maar DBGC hield stand en pakte zo drie belangrijke punten.
Volgende week is er voor DBGC vanwege carnaval geen programma. Op 9 maart komt Nieuwdorp naar Oude-Tonge voor het volgende competitieduel.
Opstelling DBGC: Roy Nieuwland, Yannick Lugthart, Wilko Pulleman, Martijn Bakker, Sonny Noordermeer, Robert Koster, Jacco de Gast, Tim Mackloet (’75 Niels van der Kooij), Jeroen Sep, Thijs Tromp, Lars van Es (’65 Robbert Huizer).







