Richard Elzinga (FC ’s-Gravenzande): ‘Je loopt als voetballer echt niet alleen om de bal te krijgen’

Vorig seizoen was het eerste jaar van hem als trainer van FC ’s-Gravenzande. Met zijn ploeg eindigde hij zonder problemen in de subtop van de hoofdklasse en haalde hij de KNVB-beker finale en de finales om de Haaglanden Cup en de Westland Cup. Alle drie de finales werden overigens verloren, maar toch kan Richard Elzinga terugkijken op een goed jaar. En ook dit seizoen gaat het voortvarend. FC ‘s-Gravenzande staat in de hoofdklasse A achter RKAV Volendam op de tweede plaats. Hoe kan dat? Hoe krijgt hij dat voor elkaar? Komt het door de spelers? Wat is de rol van de trainer in dit verhaal? Allemaal vragen die we Richard voorleggen en waar hij graag op wil ingaan.

‘Het begint allemaal met vertrouwen’, begint hij zijn verhaal. ‘Je moet een spelersgroep managen en dat betekent dat je ze allemaal goed moet kennen. Je moet weten wat ze goed kunnen en ook wat van iedereen zijn zwakke kant is. Als nieuwe trainer is het niet mogelijk om dat meteen te weten. Daar gaat wel een tijdje overheen. Vorig seizoen, in mijn eerste jaar bij ’s-Gravenzande stond alles pas na vier, vijf wedstrijden op zijn plaats.  Als nieuwe trainer moet je weliswaar vanaf het eerste moment duidelijk maken wat je wil, maar dat moet je wel geleidelijk aan invoeren. Als je die tijd niet neemt en alles rigoureus wil invoeren werkt dat niet. Je moet een band met je spelers opbouwen.  Als je spelers goed leert kennen, kun je namelijk ook meer van hen vragen. Wat spelers kunnen en niet kunnen bepaalt in mijn ogen hoe je hen laat spelen. Daarbij heb ik dan wel de optiek om zoveel mogelijk aan te vallen, want het publiek moet ook vermaakt worden. Ons uitgangspunt is dat we druk zetten, met drie man voorin spelen, maar dat staat niet helemaal vast. Elke wedstrijd ontwikkelt zich anders en het is van belang dat je anticipeert op hetgeen er gebeurt. Als het niet goed staat, moet je dat aanpassen.’

‘Maar laat ik bij het begin beginnen. Als je door hebt wat de kwaliteiten van je spelers zijn, kun je als trainer uitstippelen hoe er gespeeld moet worden. Mijn drie spitsen moeten nooit op één lijn staan. Nee, eentje moet er diep staan, eentje moet iets terughangend spelen en de derde moet naar binnen komen of naar buiten gaan. Wie wat doet is van geen belang, ze hebben de vrijheid om dat zelf in te vullen. Maar ze moeten daarin wel variëren, anders wordt het voor de tegenstander allemaal heel voorspelbaar en dat wil ik niet. Ik heb voorhoedespelers tot mijn beschikking die zo kunnen spelen. Als team moet je mee bewegen met de bal, dan is het veld altijd klein. Als we de bal niet hebben zijn we allemaal verdediger en als we de bal wel hebben mogen we allemaal aanvallen. Dat is met deze groep mogelijk. Je moet altijd naar de kwaliteiten van je spelers voetballen. En daarbij is het heel belangrijk dat je als team opereert. Spelers moeten alles voor elkaar over hebben. Er is bij FC ’s-Gravenzande weinig verloop in de groep. Vorig jaar zijn er drie jongens vertrokken en er zijn er drie bijgekomen. Er wordt al een aantal seizoen in vrijwel dezelfde samenstelling gespeeld. Spelers kennen elkaar goed, kunnen goed met elkaar overweg. Ze weten dat ze elkaar moeten helpen in het veld. Voetbal is een teamsport. Wat is er dan mooier om in een wedstrijd een fout van je maatje te herstellen? Ik hamer daar heel vaak op. Een speler die gewisseld wordt mag nooit mopperend het veld afgaan, want alles wordt in het teambelang gedaan. Gedrag en attitude zijn belangrijk, daar worden spelers ook op geselecteerd bij ons. Nee, op de samenstelling van de selectie heb ik geen invloed. Natuurlijk wordt er wel overlegd, maar ik bepaal het echt niet. Dat doet de club en de visie is dat er goed gekeken wordt wat we zelf in huis hebben. We hebben echt geen lijst namen van spelers die we aan het volgen zijn. Daar ben ik het trouwens helemaal mee eens.’

‘Zwakke punten van onze ploeg liggen nog in de omschakeling en soms ook in het spelen met ruimte in je rug. Dat kan nog wel beter en daar werken we aan. Als spelers elkaars zwaktes kennen, weten ze ook hoe ze moeten spelen. Toen ik zelf nog voetbalde, bij Cambuur, had ik als rechtsback Lody Roembiak voor me. Hij was een man die met de bal vreselijk mooie dingen kon doen en ik  ging in elke wedstrijd er als opkomende back aan de zijkant zeker 10 keer overheen. Van die 10 keer kreeg ik vaak maar 1 keer de bal, maar ik deed het voor het team, omdat Lody zo de ruimte kreeg om de dingen te doen waarin hij goed was. Je loopt als voetballer echt niet alleen om de bal te krijgen. Zo wil ik mijn ploeg ook laten voetballen. Het gaat niet om de spits die een doelpunt maakt, het gaat niet om de jongen die een steekbal geeft, het gaat om het hele team. Altijd. Het team moet zo spelen dat de kwaliteiten van iedere speler optimaal benut kunnen worden. Zodat de spits kan scoren en die middenvelder een mannetje voor de keeper kan zetten. En als het niet loopt, moet je anders gaan staan. Ik heb een paar spelers die zulke momenten herkennen en anders kan ik het vanaf de zijkant bijsturen.’

‘En dan lukt het niet altijd, dat weet ik ook. Mijn voetballers zijn mensen, geen robots. Nadat we bij Spijkenisse hadden gewonnen, verloren we thuis van Zwaluwen. Dat is niet leuk, maar zoiets kan altijd. We hebben allemaal wel eens een dag dat het niet loopt en tegen Zwaluwen hadden we zo’n dag.  Als trainer moet je dat zien te beperken, maar het zal heus nog wel een keertje voorkomen dat het niet lukt. Dat heeft ook de vorm van de dag te maken en dat is iets ongrijpbaars. Ik zei tegen mijn spelers na het verlies tegen Zwaluwen dat ik bij Cambuur ook wel eens een slechte wedstrijd speelde. ‘In totaal een stuk of 400’, zei ik erbij met een stalen gezicht. Gelukkig wonnen we de week daarna weer.

4 REACTIES