Ralph Kalkman (trainer Heinenoord): ‘Op het bord winnen we altijd’

0

Omdat ik graag wilde weten hoe Ralph Kalkman, trainer van eersteklasser Heinenoord, zijn ploeg op een wedstrijd voorbereidt, belde ik hem op. Of ik een middagje met hem mee mocht lopen. En of ik ook bij zijn wedstrijdbespreking aanwezig mocht zijn. ‘Geen  enkel probleem, ik heb geen geheimen. Je bent van harte welkom’, reageerde hij gastvrij.

Dus op zaterdag 6 oktober schudden we iets over twaalven op sportpark De Tienvoet in Heinenoord elkaar de hand. ‘De spelers komen hier straks ook, om half 1 hebben we een wedstrijdbespreking en dan gaan we met de bus naar Ridderkerk’, legt Ralph uit. ‘Met de bus naar RVVH? Is dat niet een beetje overdreven voor zo’n kort afstandje’, daagde ik hem uit. ‘Normaal gesproken gaan we met de bus alleen naar verre uitwedstrijden: Kloetinge, De Meeuwen, een paar in de buurt van Den Haag. Naar wedstrijden dichter bij huis rijden we zelf en daar hoort RVVH natuurlijk ook bij. Maar vanavond hebben we een teamuitje. We gaan allemaal naar het Hoeksebierfest in Strijen en de bus zet ons daar af als de wedstrijd tegen RVVH gespeeld is. Nee, de bus komt ons daar niet ophalen. Hoe we thuiskomen, zien we wel.’

Dan legt hij uit dat hij het voetbal niet belangrijker wil maken dan dat het al is. ‘Voetbal is een spelletje van 11 tegen 11, je gooit een bal in het midden en degene die de meeste goals maakt wint’, zegt hij. ‘Het gaat daarbij om kwaliteit, om gezelligheid en om onderlinge bereikbaarheid en de rest komt dan vanzelf. Met de kwaliteit zit het hier wel snor. We hadden al een puike groep en daar is een drietal goede spelers bijgekomen. De jongens kennen elkaar allemaal goed en ik zie het dit seizoen dan ook rooskleurig in. Met deze ploeg moeten we bij de bovenste drie eindigen, minimaal een periodetitel pakken. Nee, ik verschuil me niet. Het is beter de lat hoog te leggen en die dan maar iets lager leggen als het een beetje tegenzit, dan vooraf zeggen dat je tevreden bent met een plek bij de eerste zeven. Dan zetten spelers misschien niet die stap extra, omdat ze in hun achterhoofd hebben dat het al goed genoeg is. Ik wil elke wedstrijd winnen, maar als dat niet lukt terwijl we er alles aan gedaan hebben, kan ik daar vrede mee hebben. Als ik van me zelf weet dat ik er alles aan gedaan heb, als de jongens gestreden hebben en alles geprobeerd hebben om de drie punten in de wacht te slepen en dat het dan niet lukt omdat de tegenstander beter was, dan is het zo. Vroeger kwam ik na een nederlaag chagrijnig thuis, maar dat doe ik niet meer. Ik heb drie kinderen en die kunnen er immers niets aan doen als ik een potje voetbal verloren heb. Zij moeten daar niet onder lijden. Nee, ik kan het nu makkelijk van me afzetten, maar verliezen doet nog wel altijd pijn hoor.’

‘Trainer zijn is leuk’, vervolgt hij, ‘maar je moet wel altijd zelf in de spiegel blijven kijken en als je iets verkeerd gedaan hebt, moet je dat ook toegeven. Als je dat niet doet, kun je ook niets van een ander zeggen, vind ik. Zo baal ik er enorm van dat ik vorige week tegen Deltasport een verkeerde wissel toepaste. Het ging niet om de jongen die er in  kwam en ook niet over de speler die er uit ging, maar het ging om het moment waarop die wissel plaats vond. Het was bij een corner tegen. Ik wisselde omdat ik het goed wilde zetten, want de paar keer daarvoor was dat niet goed gegaan. Maar door die wissel was de concentratie even weg en ook de organisatie en kon Deltasport scoren uit die corner. Dat heb ik dus verkeerd gedaan en dat heb ik later ook gezegd. Ik wissel zo niet meer. Van dat soort momenten leer je, meer dan van een trainerscursus in ieder geval. Want daar heb ik geen ene moer geleerd. Ik heb 25 dagen in een klaslokaal gezeten en een heleboel verhalen aangehoord, maar je leert het pas op het veld, in de praktijk. Door dingen te doen en te ondervinden.’

Ralph haalt in de keuken een schaal met broodjes en ook flesjes Chaudfontaine worden op tafel gezet en als de spelers om half 1 de bestuurskamer binnen komen, tasten ze toe. Ze gaan allemaal rustig zitten en degenen die dichtbij zitten lezen de tekst op de flap die Ralph opgehangen heeft. Kernwoorden als ‘initiatief’, ‘concentratie’, ‘passie, inzet en strijd’ en ‘in teambelang denken’ staan er op. Andrew Dias d’Ullois grapt dat er vandaag een notulist aanwezig is en dat er Engels gesproken moet worden en als Ralph uitlegt wat ik kom doen, wordt meteen gevraagd of ik er thuis bij het ontbijt ook al bij was. ‘Zo gek is het niet’, antwoordt hij en dan begint hij zijn betoog. Hij legt uit hoe RVVH zal spelen en zegt er meteen bij dat het hem niet interesseert wat ze doen. ‘Want wij passen ons toch niet aan. Dat doen we namelijk nooit. We spelen overal 1 tegen 1 en met doorschuiven of terugzakken moet een overtalsituatie gecreëerd worden. Kort en fel doordekken, het veld klein en compact houden. Zij moeten, want ze hebben nog nul punten, 2 minder dan ons.’ Licht gegniffel van de spelers. Tot slot schuift Ralph nog een paar minuten met de schijven op het magneetbord en dan beëindigt hij zijn verhaal met de opmerking dat het zo duidelijk moet zijn:  ‘Want op het bord winnen we so wie so altijd.’

In Ridderkerk gaat het grotendeels zoals Ralph vooraf geschetst heeft, maar voordat de wedstrijd van start gaat, heeft Ralph een aantal sigaretten weg gepaft. ‘Dat doe ik altijd’, zegt hij ‘Ik rook best wel veel en mensen hebben daar natuurlijk een mening over, maar dat interesseert me niets. Roken is iets van mij, hoort bij mij en ik wil wel altijd mezelf blijven. Zo heb ik trouwens ook telkens even een momentje voor mezelf.’

In de tweede helft scoort de ingevallen Mitch Franssen een goal na een fraaie aanval over links, waarbij Remco Buist met een slim overstapje de halve defensie van RVVH op het verkeerde been zet. In het laatste kwartier komt RVVH los met de ingevallen Shamir de Jesus als grote animator. Hij geeft de voorzet voor de gelijkmaker en zo eindigt voor Heinenoord ook de derde competitiewedstrijd in een gelijkspel. Ralph kan er na afloop mee leven:  ‘We hebben gestreden, in sommige fases heel goed gespeeld, maar soms was het veld te lang. Daar heb ik in de rust iets van gezegd. We komen heel goed de kleedkamer uit, scoren een fantastische goal, maar bij die tegentreffer hadden we iets meer een over-mijn-lijk-mentaliteit moeten hebben. Zo iets van: hoe dan ook, jij komt er niet langs. Maar al bij al ben ik tevreden hoor. Volgende week weer een wedstrijdje. Lekker man.’ En hij steekt weer de vlam in een nieuwe sigaret.