Ben Spork (CVV Zwervers): ‘Midden in een seizoen instromen, dat doe ik nooit meer’

Afgelopen zondag begon hij bij CVV Zwervers met de seizoensvoorbereiding. Vanaf dag 1 de spelersgroep naar je eigen hand zetten en het in zes, zeven weken allemaal zo regelen dat je ideeën als trainer op het veld zichtbaar worden; Ben Spork vindt het heerlijk en voelt zich nu veel fijner dan een klein half jaar geleden. Toen was hij na het ontslag van Adrie van Tiggelen door CVV Zwervers aangezocht eerder dan afgesproken voor de groep te gaan staan en hapte na wat aarzelingen toe.

‘Ik was na Brielle zonder club en ben de eerste maanden na mijn vertrek daar bij veel clubs wezen kijken’, vertelt hij. ‘Ik ben onder meer bij Alexandria geweest, bij Xerxes en bij CVV Zwervers, de club waar ik werkzaam was voordat ik naar Brielle ging. Op een gegeven moment werd ik gebeld met de vraag of ik in het seizoen 2018-2019 weer trainer wilde worden bij CVV Zwervers. Ik ben gaan praten en hoewel ik in die dagen door andere mooie clubs benaderd ben, heb ik voor CVV Zwervers gekozen. Dat was ik moreel verplicht, vond ik, want na dat ene jaar verleenden ze alle medewerking toen Brielle zich meldde. Dat ze mij nu terugvroegen is een mooie blijk van waardering. Daar spreekt ook vertrouwen uit. Ik was er snel uit met de club, heb getekend voor 2 jaar en ben toen heel vaak gaan kijken.’

‘Hoewel de resultaten goed waren, vond ik het voetbal allemaal niet zo best. De stand op de ranglijst vertelde niets over de kwaliteit van de ploeg maar het zat allemaal reuze mee. Het dubbeltje rolde heel vaak de kant op van CVV Zwervers. Nadat ze de eerste periodetitel hadden gepakt onder leiding van Adri van Tiggelen, ging het langzaam minder en minder voortvarend en op een gegeven moment besloten de club en Adri de samenwerking met onmiddellijke ingang te beëindigen. En toen meldden ze zich bij mij met de vraag of ik de boel wilde overnemen.’

‘Daar hadden ze een paar goede redenen voor, vonden ze. Ik kende de club al. Ik was al aangesteld als nieuwe trainer en op die manier zouden de jongens aan mij kunnen wennen en zou ik kunnen doorselecteren. Ik heb in eerste instantie de boot afgehouden. Instappen midden in een seizoen leek me nou niet zo aantrekkelijk. Je hebt immers te maken met een proces dat al maanden aan de gang is, met bestaande afspraken die misschien wel anders zijn dan jij zou willen. Bovendien wilde ik Adri van Tiggelen, die ik nog kende uit mijn Spartatijd niet voor de voeten lopen. Hij was weliswaar weg bij CVV Zwervers, maar ik wilde toch van hem weten hoe hij er in stond. Ik heb Adri gebeld en hij reageerde begripvol. ‘Ik had wel gedacht dat ze bij jou uit zouden komen’, zei hij. Hij vertelde dat alles goed afgehandeld was met de club, bood inzicht in de ins en outs van de spelersgroep en wenste mij veel succes mocht ik er in stappen. Dat heb ik uiteindelijk gedaan.’

‘Maar achteraf gezien zou ik het nooit meer doen, als trainer midden in een seizoen instappen. Het is ontzettend moeilijk om dan je stempel te drukken op de groep. Je hebt gewoon te maken met dingen die gaan zoals ze gaan, maar die jij niet zo leuk vindt. Ik heb de groep meteen vertelt dat twee keer trainen in de week heel belangrijk is als je zondag wil spelen. ‘Kom je niet twee keer, dan kan dat consequenties hebben’, meldde ik. Ik heb het elftal niet meteen omgegooid, het eerst een paar wedstrijden aangezien. Maar na een maandje stonden er wel een paar andere jongens in. In de eerste vier wedstrijden haalden we trouwens vier punten, dus de start was niet erg best. Maar we zijn opgekrabbeld en na een lange nacompetitie zijn we uiteindelijk toch gepromoveerd naar de eerste klasse en daarmee aan de wens van het bestuur voldaan. En is mijn lef om in te stappen dus beloond.’

‘En nu zijn we gestart met een nieuw seizoen. Dat is heerlijk op deze manier. Nu kan ik vanaf het allereerste moment de dingen doen zoals ik het wil. In de discipline en in de afspraken ben ik heel strak en vorig jaar moest ik daarin laveren. Nu niet. Nu kan alles op mijn manier. Maar niet ik als trainer ben belangrijk, niet de spelers zijn belangrijk; het gaat om de groep. Ik denk dat we hier een leuke spelersgroep hebben staan met allemaal jongens die iets voor elkaar over hebben. Die qua karakter goed in elkaar steken, want de cohesie in de groep moet goed zijn. Daar hebben we bewust voor gekozen. Met we bedoel ik Rob Naaktgeboren, de technische man van CVV, assistent-trainer Fred Muhlenbruch en ik. Het zijn jongens die hier in de jeugd gespeeld hebben en spelers uit onze netwerken. Ik heb er alle vertrouwen in. Het bestuur wil dat we in de eerste klasse in het linker rijtje eindigen, maar ik wil de lat hoger leggen. Ik wil voor de prijzen gaan. Ik ga voor een plek bij de eerste vijf; dat moet gezien de kwaliteit die hier rondloopt mogelijk zijn.’