Op 20 juni plaatste voetbalvereniging Rozenburg een bericht op de eigen voetbalsite waarin bekend gemaakt werd dat de club in goed overleg besloten had de samenwerking met trainer Mark van Os per direct te beëindigen. ‘Ondanks de goede resultaten na de winterstop zijn beide partijen tot de conclusie gekomen dat de wijze waarop invulling moet worden gegeven aan komend seizoen teveel verschilt van inzicht’, stond er bij. Het was na Dennis Zaal de tweede trainer in korte tijd die voortijdig moest vertrekken bij de Rozenburgse derdeklasser en ook voorgangers als Rob Vuik en Willem van der Steene hadden het er als trainer al moeilijk.
Is Rozenburg een kerkhof voor trainers? Hoe komt het dat trainers er vroegtijdig vertrekken? En hoe denkt de club dit in de toekomst te vermijden? Het zijn vragen die voorzitter Walter Reurink voorgelegd krijgt en die hij zeker wenst te beantwoorden. Op één voorwaarde: ‘Ik wil niet dat er met modder gegooid wordt en ik wil absoluut niemand beschadigen’, zegt hij. Als dat ingewilligd wordt, steekt de voorzitter van wal.
‘Laat ik beginnen met het feit dat ik het betreur dat we afscheid hebben moeten nemen van Mark, die ik heb leren kennen als een bevlogen, hard werkende trainer. Ik heb afscheid genomen met pijn in het hart. Maar het werkte hier niet. Wat dat betreft hebben wij best wel een moeilijke groep spelers, met enerzijds ervaren, door de wol geverfde voetballers die alles al meegemaakt hebben en anderzijds een groep jonge jongens, die nog aan het begin staan van hun voetbalcarrière. Met die gemêleerde spelersgroep is het kennelijk moeilijk werken, zo blijkt ook nu weer. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid dat het uiteindelijk fout is afgelopen, want wij hebben hierin dingen verkeerd gedaan. Wij als vereniging, de technische commissie en het bestuur, hadden eerder moeten beseffen dat het niet lekker liep. Dan hadden we het naar alle kanten bij kunnen sturen en was het wellicht zo niet afgelopen. Het is trouwens niet de eerste keer dat er hier ‘gezeur’ is om een trainer. Wat dat betreft mag de spelersgroep ook wel bij zichzelf te rade gaan en dat heb ik hen ook verteld. Maar ik steek de hand ook in eigen boezem. Ook ik heb dingen fout gedaan. Ik heb dan ook overwogen om mijn functie als voorzitter neer te leggen. Maar we hebben al twee jaar geen secretaris en als ik opstap, dan zadel ik een club van ruim 700 leden met een extra probleem op. De voetbalvereniging Rozenburg bestaat namelijk niet alleen uit het eerste elftal. Zo is bijvoorbeeld de jeugdafdeling volop in beweging met leuke, enthousiaste mensen die erg actief bezig zijn. Die mensen wil ik blijven ondersteunen zolang ik voorzitter ben en dat is nog een klein half jaar. Ik had namelijk een tijd geleden al aangegeven dat ik op de algemene ledenvergadering van dit najaar als voorzitter af zal treden. We zijn dan ook al een tijdje op zoek naar een opvolger. Toen ik bijna 6 jaar geleden aantrad, moest er een nieuw bestuur komen, was er geen technische commissie en moesten we een nieuwe hoofdtrainer hebben. In die situatie moet de club niet meer komen, dus ook om die reden ben ik aangebleven. Maar leuk is anders. Rustig is het hier bijna nooit, toch is voorzitter zijn van Rozenburg een dankbare job. Maar je moet wel een gladde rug hebben.’
‘Er is een profielschets van welk soort trainer we bij Rozenburg willen hebben’, vervolgt Walter. ‘Dat profiel is er trouwens altijd al geweest, maar de les die we geleerd hebben is dat we de procedure anders moeten opzetten. Dat we onder meer de spelersgroep een grotere stem moeten geven in het proces om een nieuwe trainer aan te stellen. We hebben vroeger de spelers wel vragen gesteld, maar formeel betrokken bij de procedure waren ze nooit. Ik vind dat we dat nu wel moeten doen.’
‘Vanaf het moment dat je bekend maakt dat je niet verder wil met je trainer, stromen de sollicitaties binnen. Nu ook weer. Het zijn er echt veel. De kunst is om de juiste keuze te maken en daarbij is het van belang dat je weet aan wat voor trainer zowel de spelersgroep als de vereniging behoefte heeft. Waar die behoefte nu ligt? Wij denken dat we, gezien onze ervaringen van de laatste jaren, nu een ervaren trainer moeten hebben. Geen clubhopper, maar iemand die bewezen heeft meerdere jaren bij een club te kunnen functioneren en niet alleen oog heeft voor het eerste elftal. Natuurlijk kijken we naar de cv’s van de trainers die zich aangemeld hebben. De technische commissie blijft een grote stem houden, maar nu gaat een afvaardiging van de spelers ook actief meepraten. Zo creëer je een breder draagvlak. En als straks de nieuwe trainer aan de slag gegaan is, dan zal er beter gekeken moeten worden naar hoe het gaat.’
‘De situatie waarin we nu zitten is niet leuk ‘, vindt Walter. ‘Het is niet leuk voor de trainer en ook niet voor de club. We zijn een ervaring rijker, maar één ding is duidelijk: zo moet het niet meer. Laat dat dan maar de pijnlijke les zijn die we hier uit kunnen trekken’.








Jesse Reurink je broer?
Ondeugende vader misschien
Nigel Branderhorst
Er is een mes in de rug van de trainer gestoken door de TC.
Een slaande speler wegsturen lijkt me logisch. De TC denkt daar anders over blijkbaar.