‘Wij zijn niet gedegradeerd door onze aanvallende speelstijl.’ Peter Wubben, trainer van Spijkenisse dat afgelopen seizoen uit de derde divisie degradeerde is stellig: ‘Wij zijn gedegradeerd omdat we kwaliteit tekort kwamen. Toen we een seizoen eerder toevallig kampioen van de hoofdklasse werden omdat ons doelsaldo beter was, heb ik niemand gehoord dat we te aanvallend speelden. Maar goed beschouwd kwam dat kampioenschap te snel. Zowel de club als de selectie was er nog niet op berekend om in de derde divisie potten te gaan breken. Als je met 14, 15 punten voorsprong kampioen van de hoofdklasse was geworden, dan had je dat wel kunnen zeggen, maar wij waren er nog niet aan toe. Dat heb ik altijd al gezegd, nog voordat er een wedstrijd gespeeld was.’
Peter Wubben zit meteen op zijn praatstoel: ‘Wij gaan een heel moeilijk jaar tegemoet’, zo zei ik toen al, daarbij in ogenschouw nemend dat ik geen enkele concessie aan de speelstijl zou doen. Ik als trainer en Spijkenisse als vereniging willen namelijk aantrekkelijk voetbal zien met een aanvallende speelstijl. Onze selectie is daarop ingericht, maar om in de derde divisie goed mee te kunnen draaien, daar kwamen wij kwalitatief tekort voor. Dan kun je met je ploeg met z’n allen voor de pot blijven hangen, een bus parkeren in de 16 of hoe het allemaal ook mag heten, maar ik weiger zo te spelen. Ik ga als trainer altijd voor spektakel. Ik wil passie zien op het veld en ben wars van systemen. 4-4-2, 4-3-3; het interesseert mij geen bal. Attractiviteit gaat bij mij voor resultaat. Wij moeten de bal hebben en zo snel mogelijk bij het doel van de tegenstanders zijn en als we de bal niet hebben, moeten we hem zo snel mogelijk terug zien te krijgen. Zo simpel is het.’
‘Voetbal is een kijksport en je voetbalt om mensen te vermaken, alleen is het allemaal best wel ingewikkeld. Want wie bepaalt wat het publiek aantrekkelijk vindt? Mensen zijn geneigd alles vanuit een negatieve invalshoek te bekijken en het lijkt wel alsof er altijd kritiek geleverd moet worden. Dat gebeurt in de pers, op de televisie in praatprogramma’s, overal. Mensen hebben het er over dat het voetbal steeds minder aantrekkelijk wordt. Ze praten en schrijven er over dat het resultaatvoetbal alles beheerst, dat het kijkspel minder is. Ik heb schijt aan al dat overgeorganiseerde gedoe in het voetbal. Ik wil dynamiek, strijd en passie zien met spelers die in beweging zijn en initiatief tonen en dan is het systeem waarin gespeeld moet worden het minst belangrijke. En dan heb je dus een ploeg die leuk en aanvallend voetbal speelt en dan is het ook niet goed. Dan ligt het aan de aanvallende speelstijl dat we gedegradeerd zijn. Daar lag het niet aan: het lag aan het gebrek aan kwaliteit. We zaten met een stel spelers in de selectie die op hun top zaten en niet meer door groeiden. Dat wisten we toen al een beetje, dat weten we nu zeker. Het jaar derde divisie heeft ons veel geleerd. Dat we nu moeten doorselecteren bijvoorbeeld. Er is een aantal spelers vertrokken maar er is er niet een bij waarvan wij dachten dat we die koste wat kost moesten behouden. Ja, Michael van Dommelen omdat hij in het leerproces in het groeien naar top amateurniveau een belangrijke bijdrage had kunnen leveren, met name voor onze jonge spelers.’
‘Toen wij naar de hoofdklasse promoveerden hadden we voor ogen dat we in het eerste jaar voor overleven zouden gaan. Ons veilig spelen dus. In het tweede jaar moesten we een stabiele middenmoter worden, in het derde seizoen bij de eerste vijf ploegen eindigen, om in het vierde jaar om het kampioenschap mee te gaan strijden. We zouden als club en als selectiegroep elk jaar door moeten groeien, maar in het derde jaar werden we dus onverwacht kampioen. Als beloning voor ons aanvallende voetbal! Van de afgelopen 5 seizoenen hebben we er dus 4 met successen gehad, met veel spelers die uit de eigen jeugd doorbraken en met veel jongens die een Spijkenisseverleden hebben. Alleen het afgelopen seizoen is het qua resultaat minder gegaan. Zo slecht hebben we het dus niet gedaan. En nogmaals: wij zijn niet gedegradeerd omdat we te veel aangevallen hebben. Ik zeg tegen onze spelers altijd dat we met onze speelstijl elke wedstrijd 1, misschien wel 2 doelpunten tegen krijgen en dat alles er op gericht moet zijn om er zelf meer te maken. Dat had bij een heleboel wedstrijden in de derde divisie echt kunnen gebeuren, kansen hebben we genoeg gehad. Alleen waren we in de afwerking niet altijd doeltreffend genoeg en verdedigend maakten we structureel persoonlijke fouten. Positioneel maakten spelers vaak de verkeerde keus, te vaak waren ze op de plek waar de bal was, terwijl er ook een paar meter ruimte genomen kan worden, zodat ze iets meer tijd hadden om te anticiperen. Bovendien kregen we te vaak doelpunten uit standaardsituaties tegen en afstandsschoten en ook dat heeft niets met onze aanvallende speelstijl te maken. Wel met het feit dat het ruimtelijk voetbalinzicht bij een aantal spelers tekort schoot. En op dit niveau word je dan geslacht. Het is nu in de derde divisie extra aan het licht gekomen dat een aantal spelers aan hun plafond zit en dat dit plafond voor dat niveau niet goed genoeg is. Dat is niet erg, dat is een constatering. Maar als je als doel hebt dat je derde divisionist wil zijn, en dat willen we, dan moet je afscheid nemen van die spelers en doorselecteren. Dat is wat we gedaan hebben en financieel zijn we daartoe in staat omdat er ook een fors aantal spelers vertrekt en de club erg gezond is.’








Attractief voetbal en overleven gaan niet zo vaak samen, soms moet je kiezen, wat is belangrijker….