Op 1 januari 2018 werd hij trainer bij derdeklasser Rozenburg en volgens hem viel hij niet bepaald met zijn neus in de boter. Mark van Os, voorheen werkzaam bij Brielle, moest alle zeilen bijzetten want om in zijn woorden te spreken: ‘Er vielen hier nogal wat lijken uit de kast.’
‘Midden in een seizoen de derde trainer worden bij een club valt niet mee’, vertelt Mark kort na afloop van de thuiswedstrijden tegen SC Botlek, die weliswaar winnend afgesloten werd, maar niet bepaald met erg sprankelend voetbal. ‘Dit was onze slechtste wedstrijd tot nu toe, maar het resultaat vergoedt veel’, gaat Mark verder. ‘Maar terug naar mijn begin periode als trainer van Rozenburg. Na Dennis Zaal en interim-trainer Erik van den Ridder was ik de derde trainer die dit seizoen voor de groep kwam te staan. Binnen de selectie waren er wat afspraken gemaakt met een aantal spelers over het aantal keer komen trainen in verhouding met basisplaatsen. Met die afspraken kon ik helemaal niks. Ik wil er namelijk altijd iedereen bij hebben.’
Mark begon met gesprekken met alle spelers en met iedereen van de begeleidingsstaf. ‘Enerzijds om te vernemen hoe zij er in stonden, anderzijds om mijn ideeën en opvattingen duidelijk te maken’, legt hij uit. ‘Rozenburg, dat voor het seizoen uitgesproken had voor het kampioenschap te gaan, stond bij mijn aantreden op een degradatieplaats. Het was over en sluiten, zo werd geredeneerd. Veel kopjes hingen naar beneden, het vertrouwen was weg. Er was weinig beleving, de trainingsopkomst was niet bepaald hoog te noemen. Vanaf het begin heb ik daar een omschakeling in proberen aan te brengen. Ikzelf ben een bevlogen trainer en die bevlogenheid, die gretigheid wil ik overbrengen op mijn spelers en op de leden van mijn staf. Gretigheid is namelijk een wapen. Er moet arbeid geleverd worden en elke voetballer, elk staflid, alles en iedereen moet het maximale uit zichzelf halen. We gingen drie keer in de week trainen, want midden in een seizoen heb je niet erg veel tijd. Het zat in het begin niet erg mee. Ik werd geconfronteerd met een paar lijken in de kast, met afspraken die er waren. Met spelers die niet alles wilden geven bijvoorbeeld. Daar ben ik me kapot van geschrokken. Met spelers die niet alles willen leveren kan ik helemaal niks. Iedereen moet er namelijk van doordrongen zijn dat heel erg je best doen een absolute voorwaarde is om te presteren. Als je inzet en beleving toont, komt de rest vanzelf wel; daar ben ik van overtuigd. Maar sommige spelers deden dat niet. Van hen heb ik afscheid genomen. Als je niet wil, dan ga ik niet met je verder; zo zit ik in elkaar. Ze wisten hoe ik er in stond, want in de gesprekken had ik aangegeven wat de grenzen waren en hoe ik het wilde hebben. Wie dat niet op kan brengen, daar ben ik klaar mee. Daar dram ik doorheen.’
‘We moesten zo snel mogelijk van die degradatieplek weg. Daar zijn we keihard aan gaan werken. We zijn inmiddels een aantal wedstrijden verder en staan nu in de middenmoot. Dat is gekomen dankzij de enorme inzet van de spelers en van de leden van de begeleidingsstaf en daar ben ik ongelooflijk trots op. We gaan steeds beter voetballen, alleen tegen Botlek was het wat minder. Laat dat dan maar een incident zijn. Ook met die vooruitgang ben ik tevreden. Ik zit er nog steeds kort op, maar het ziet er nu allemaal iets rooskleuriger uit. Rozenburg staat nog altijd te laag, dat moet nog beter worden. Er is dus nog werk aan de winkel’, zo besluit trainer Mark van Os, die tot slot nog benadrukt dat hij Brielle dankbaar is dat ze hem midden in het seizoen hebben laten gaan.







