Hij was niet een van de spelers die vorig seizoen bij het bestuur aanhangig maakten liever op zaterdag te gaan voetballen. Timo Lemmens, de bijna 28-jarige middenvelder van OVV, had het immers goed naar zijn zin in de eerste klasse op zondag. ‘Het was knokken voor de punten en je kwam bij hele leuke tegenstanders als Alphense Boys en Leonidas’, kijkt hij terug. ‘Het waren wedstrijden op het scherpst van de snede. Ik ben een voetballer die zijn been niet terugtrekt en liep dus nog wel eens tegen een gele kaart op. Maar zo voetballen was heel leuk. Bij de meeste tegenstanders liepen jongens die echt wel konden voetballen en is het gewoon heel leuk om daartegen te spelen. Dit seizoen in de vierde klasse is dat stukken minder. Het tempo is lager, het voetbal minder en de uitdaging is ook veel minder groot. Dat wist ik van te voren. Toen de verhalen gingen dat OVV over zou stappen van de zondag naar de zaterdag heb ik meteen gezegd dat ik dan weg ben. Ik zag het gewoon niet zitten om op dat niveau te gaan voetballen. Ik ben benaderd door hoger spelende verenigingen, maar zag daar uiteindelijk toch van af. De spelersgroep bij OVV is hecht en de meeste jongens bleven en omdat ik best wel vaak last heb van mijn knieën, heb ik besloten toch mee naar de zaterdag te gaan. Fysiek zou ik op een hoog niveau toch te veel belemmeringen hebben, wist ik.’
Zijn twee knieën bezorgen Timo al zijn hele voetballoopbaan problemen. ‘Ik ben drie keer aan mijn linker kruisband geopereerd en een keer aan mijn rechter. Heb in totaal meer dan anderhalf seizoen niet kunnen voetballen. En nog steeds voelt het niet helemaal oké’, zegt hij. ‘Ik kan echt niet zonder verzorger Gerard Visser. Voor elke training en voor elke wedstrijd moet ik door hem ingetapet worden en dan nog heb ik na elke wedstrijd er nog een paar dagen last van. Links meer dan rechts. Vooral in de koude wintermaanden is het lastig. Straks als het weer beter wordt, zal ik er weer minder last van hebben. Nee, stoppen is geen optie, maar als we niet promoveren dan doe ik dat wel. Spelen in de vierde klasse is veel minder leuk dan vorig seizoen op zondag in de eerste klasse. Nu is het hotse-knotse-begonia-voetbal. De ploegen bieden veel minder tegenstand en zonder arrogant te zijn is voetballen op 70 of 80 procent eigenlijk genoeg om nu winnend van het veld te stappen. Eén voordeel heeft het wel. Ik pak veel minder gele kaarten. Dat is gewoon niet nodig meer. Nu zou het dom zijn om tegen veel kaarten op te lopen. Als we niet winnen, ligt het aan ons zelf. Daarom moeten we gewoon een stap omhoog. Als dat lukt, dan wil ik misschien wel doorgaan. Als mijn knieën het toelaten.’







