Op de kop af is hij nu 4 jaar actief als trainer vierdeklasser Goudswaardse Boys. Na 25 jaar bij het nabijgelegen Piershil in de weer geweest te zijn, eerst als voetballer, later als trainer en drie keer als interim-trainer deed Leo Tol even niks meer. Ja, hij ging regelmatig tennissen in Goudswaard en het was daar dat hij begin november 2013 aangesproken werd door voorzitter Cees Bouman. Of hij zin had om trainer van Goudswaardse Boys te worden, want van Leen Verhagen de toenmalige trainer zou afscheid genomen gaan worden. ‘Tot het einde van het seizoen wil ik de club wel uit de brand helpen’, was Leo’s antwoord.
We zijn nu 4 jaar verder. Cees Bouman is geen voorzitter meer, zit overigens nog wel in het bestuur, maar Leo Tol is nog altijd trainer van Goudswaardse Boys. Hij kwam er bepaald niet in een gespreid bedje terecht. ‘Ik had bij de allereerste training twee jongens die de zaterdag daarvoor een blessure hadden opgelopen. Zij konden niet trainen, meldden ze. ‘Ga dan maar bij de masseur langs’, zei ik hen. Ze stonden raar te kijken. ‘Die hebben we hier niet’, was het antwoord.’
‘Er was hier weinig structuur en trainen deden spelers als het hen uitkwam. Het voetbal was van lange halen, gauw thuis. Alle ballen werden lukraak naar Kerwin Poldervaart geknald en dan moest hij het voorin maar uitzoeken. Zo wilde ik niet voetballen. Ik wil verzorgd voetbal zien. Opbouw van achteruit. Twee keer per week trainen werd verplicht bij mij, anders zou je zaterdag niet spelen. In 4 jaar tijd heb ik samen met jongens hard gewerkt. Elk jaar hebben we een klein stapje voorwaarts gemaakt en nu zit er meer voetbal in de ploeg. En we draaien lekker. De eerste 4 wedstrijden van de competitie hebben we gewonnen. Nee, dat is niet mijn verdienste. De grootste kwaliteit ligt bij de spelers zelf. Zij moeten het doen. Ik ben helemaal niet belangrijk. Ik ben geen toptrainer. Ik doe dit als hobby en hoef er helemaal geen geld voor te hebben. Ik doe het omdat ik het leuk vind.’
Waar Leo Tol ook aan gewerkt heeft bij Goudswaardse Boys is de sfeer. ‘Vroeger was het hier normaal dat de jongens meteen weg gingen als de wedstrijd klaar was. Onbegrijpelijk vond ik dat. Een voetbalclub heeft ook een sociale functie in een dorp als Goudswaard, vertelde ik de spelers. Ik verplichtte hen min of meer om minstens tot 6 uur te blijven. Het onderling contact, het plezier; het is allemaal zo ontzettend belangrijk. En dat is in deze 4 jaar dus stukken verbeterd. Daar probeer ik best wel alert op te zijn. Ik sta altijd klaar voor mijn spelers, ze kunnen me alles zeggen en alles vertellen. Ik sta midden in de groep. We kennen elkaar door en door. Ik weet van iedereen wat ze doen, ken de achtergronden, weet hoe de thuissituatie is. De onderlinge band in de vereniging is goed, het veld is hier geweldig goed. Het is prima allemaal. Er zijn feestjes en bij elke seizoensafsluiting doen we samen iets. Vorig jaar hadden we met de selectie een voetgolftoernooi in Rhoon. Wie won zou van een sponsor 2 kaartjes krijgen voor de eerstvolgende Feyenoord-Ajax. De winnaar nam afgelopen zondag de voorzitter mee. Mooi toch?’
Leo Tol is heel tevreden met al deze ontwikkelingen bij Goudswaardse Boys dat in de afgelopen 4 jaar helemaal zijn club is geworden. ‘De derde helft is echt niet het belangrijkste hier, hoor’, zegt hij. ’Voetballend willen we echt ook iets. Niet meer de slechtste ploeg van de Hoeksche Waard zijn bijvoorbeeld. Daar zijn we stapjes in aan het maken. Ik vind het heel leuk hier. Heb het hartstikke naar mijn zin bij Goudswaardse Boys; blijf hier trainer zolang de spelers dat willen. En daarna ga ik gewoon het tweede elftal trainen. Of de dames. Maar weg ga ik hier niet. Nooit.’








Maar Leo Tol van vv Smitshoek wel