SHO gooit het dit seizoen over een andere boeg. Op sportpark Kikkershoek was er de laatste jaren altijd een selectie van doorgewinterde voetballers die een redelijk goede vergoeding kregen voor hun inspanningen. Ze kwamen uit alle windrichtingen. Die tijd is niet meer. Het accent is nu gelegd op jonge voetballers, hoofdzakelijk uit de eigen jeugd en de beleidsbepalers in Oud-Beijerland hadden dan ook gedacht dat het een lastig seizoen zou worden.
Maar een fris SHO draait bovenin mee. Met de winterstop staat de ploeg van trainer Richard Middelkoop op een keurige tweede plaats. Niemand die dat verwacht had. Ook Giovanni Klaverweide niet, een van de overgebleven ervaren spelers. ‘Iedereen had voorspeld dat Heinenoord lachend kampioen zou worden. Ook ik dacht dat’, zegt hij.
‘Vorig seizoen hadden we een goede ploeg en eindigden we uiteindelijk op een teleurstellende zevende plek. Er zijn heel wat sterkhouders naar andere verenigingen vertrokken, waaronder mijn broer Kenneth en dat vertrek is aangevuld door allemaal hele jonge jongens. We hebben met Bob Vermunt, Dennis Groosjohan, Mark Vosselman en Bob Bison nog wel wat ervaren voetballers in de selectie, maar voor de rest zijn het allemaal hele jonge gasten. Met mijn 33 jaar ben ik de oudste. Ik had gedacht dat het een heel moeilijk jaar zou worden. Maar we staan tweede en als we de laatste wedstrijd voor de winterstop niet van GRC hadden verloren, hadden we samen met Rijsoord bovenaan gestaan. Die nederlaag was trouwens totaal onnodig. Frappant is het dat we steeds verloren als we koploper waren. Dat was eerder ook al tegen Oude Maas en tegen Kloetinge het geval.’
‘Maar het gaat goed en hoewel het altijd beter kan, ben ik echt wel tevreden. Voor die tweede plek had ik vooraf getekend. Tegen hele goede tegenstanders hebben wij in het begin van het seizoen punten gepakt en dat gaf deze jonge spelersgroep vertrouwen. En dat we een paar keer van een geslagen positie teruggekomen zijn, die veerkracht zorgt voor een gevoel dat het altijd kan. We hebben een hele hechte, saamhorige groep. Niemand staat er buiten. We doen het met z’n allen. Iedereen werkt voor elkaar en als er een fout gemaakt wordt, wordt een speler niet de grond in geboord, maar juist geholpen. De onderlinge acceptatie is groot. Ze willen leren en iedereen gaat er voor 200% voor, ook omdat het je eigen club is. Veel jongens zijn hier opgegroeid. En ook de trainer heeft een hand in dit verhaal natuurlijk. Die zorgt er wel voor dat er geen ruimte is voor individuen. We doen het samen. En samen hebben we één doel: de drie punten pakken. En zo hoog mogelijk eindigen. Kampioen worden met dit team zou een wereldprestatie zijn. Ik ga voor een plek in de top 4. Nacompetitie moet haalbaar zijn.’







