Column Jan Schoonen: Quincy de Lobel (SC Botlek)

 

Als eerstejaars B-speler maakte hij op 19 februari 2014 onder de toenmalige trainer Rinus Schrijver zijn debuut in het eerste elftal van SC Botlek in een uitwedstrijd tegen Wieldrecht. We zijn nu een seizoen of drie verder en Quincy de Lobel is bij Botlek niet meer uit het elftal weg te denken. Ze hebben op sportpark De Brug met de inmiddels 18-jarige middenvelder een raspaardje in huis, een jongen gezegend met een flinke dosis talent. Ik heb hem in de afgelopen jaren vele goede wedstrijden zien voetballen en heb al veel eerder over hem willen schrijven; zaterdag, tijdens de inhaalwedstrijd tegen Rhoon is het er dan eindelijk van gekomen. Natuurlijk stond Quincy weer in de basis, met rugnummer 10 ditmaal en in een meer aanvallende rol dan normaal en ik verheugde me alweer op een glansrol van hem.

Zover kwam het niet. Quincy was dramatisch slecht.

Natuurlijk is het zo dat Quincy ook maar een mens is en een mindere dag kan en mag hebben. Net zoals Botlekkeeper Kevin Rijsdijk overigens, die over een heel seizoen gerekend minimaal acht punten voor de ploeg pakt maar er zaterdag bij beide treffers van Rhoon niet erg best uitzag. En dat is nog voorzichtig gesteld. Tweemaal ging de doelman gruwelijk in de fout en dat leverde twee tegendoelpunten op. Hij hielp daarmee de thuisploeg in het zadel en wellicht ook wel aan de overwinning, want de ploeg van Marco van Rijn was niet veel beter dan SC Botlek.

Maar als Kevin dan eens in de fout gaat, moeten voetballers als Quincy de Lobel opstaan en de wedstrijd toch in hun voordeel doen kantelen. Dat gebeurde niet. Quincy gaf niet thuis. Hij speelde misschien wel zijn slechtste wedstrijd tot nu toe.

Ik begin me trouwens wel een beetje zorgen over hem te maken, want hoewel hij de laatste paar weken scoorde, vind ik hem bij SC Botlek toch niet die rol spelen die hij met zijn kwaliteiten zou moeten hebben. Want in aanleg is Quincy de beste voetballer van de ploeg. Zijn prille leeftijd doet daar niks aan af. En dat hij met zijn schriel lichaampje fysiek niet in staat is als winnaar uit felle duels te komen, is ook geen punt. Helemaal niet zelfs. Een Quincy de Lobel is in goeden doen in staat die duels te ontlopen. Hij heeft een perfecte balbehandeling, een hele korte draaicirkel, is super beweeglijk en voordat hij aangespeeld wordt weet hij allang waar de bal heen moet. Hij snapt het spelletje en kan een wedstrijd lezen, om de woorden van Louis van Gaal eens te gebruiken.

Hoe kan het dan dat hij niet helemaal uit de verf komt? Of helemaal niet, zoals afgelopen zaterdag tegen Rhoon? Dat heeft met zijn karakter te maken, vermoed ik. Quincy is een rustig ventje, treedt niet zo erg op de voorgrond. Hij is bescheiden, beleefd, voorkomend. Allemaal heel goede eigenschappen, maar als voetballer zou hij toch eens wat meer op zijn strepen mogen gaan staan. Verbaal meer aanwezig moeten zijn op het veld, dwingender zijn en de bal vaker opeisen. Als ik met zo’n voetballer zou mogen samen voetballen, zou ik me het schompes werken voor hem en elke bal bij hem inleveren omdat ik wist dat hij er meer leuke dingen mee kan doen dan ik. Dat doen niet alle Botlekvoetballers. Te vaak wordt hij nog overgeslagen en als dat het geval is, hoor je hem niet. ‘Hier die bal’, zou hij dan moeten roepen, want Quincy is een speler die je ook aan kunt spelen als hij in de dekking staat, zelfs als er twee man op zijn huid zitten. Juist dan zou hij aangespeeld moeten worden, want hij kan met een korte voetbeweging al zijn mandekkers op het verkeerde been zetten en als ploeg heb je dan meteen de ruimte. Het gebeurt te weinig bij SC Botlek. Veel te weinig. Dat mag je vooral Quincy zelf aanrekenen. Hij moet meer dwingend aanwezig zijn. ‘Hier die bal! Hier!’