Dammes van Wilgenburg: ‘Als analist en scout ging ik niet achter een boom staan’

19

Van de 74 jaar dat hij leeft is hij minstens 70 jaar in de voetballerij actief geweest. Voetballer, jeugdtrainer, hoofdtrainer, technisch coördinator, scout, analist; je kunt het zo gek niet bedenken of Dammes van Wilgenburg heeft het gedaan. Bij vele clubs is hij in de weer geweest. Progress, TOGR, Oude Maas, nogmaals TOGR, SC Feyenoord, een derde periode TOGR, Barendrecht, Xerxes zijn de clubs waar hij gewerkt heeft. ‘Nou ja werk; mijn werk was expediteur. Ik werkte op het Marconiplein en had een behoorlijk drukke baan. Wat ik in de voetballerij deed was meer een uit de hand gelopen hobby’, zegt Dammes.  ‘Maar wel een erg fijne hobby. Ik heb er heel veel plezier aan beleefd. De jeugd bij Feyenoord bijvoorbeeld. Of de promotie naar de hoofdklasse met TOGR. Maar het kostte vaak zoveel tijd dat je rustig kunt zeggen dat ik eigenlijk twee full time banen had.’

Hij heeft een zoon, maar bezweert dat hij die echt wel groot heeft zien worden. ’Ik was heus wel thuis op gezette tijden (zijn echtgenote knikt instemmend), maar als je trainer bent, kost dat veel tijd. Natuurlijk kun je dat overdrijven en dat heb ik ook wel gedaan. En zo zijn er meer trainers. Ik heb wel eens tegen Jack van den Berg gezegd dat hij er echt niet alle tijd in hoeft te steken. Jack zat bij wijze van spreken op verjaardagen nog opstellingen te maken. Vroeger was ik ook zo fanatiek, maar je moet af en toe wel gas terug nemen. Maar het geeft zoveel voldoening, het levert zo veel plezier op als je ziet dat je inspanningen beloond worden.’

‘Vooral mijn verblijf bij Feyenoord was leuk. En tijdrovend. Ik ben er 11 seizoenen geweest en heb in die periode twee jaar lang twee elftallen getraind: de A1 dat eerst regionaal en daarna landelijk speelde en het eerste elftal van de amateurs, dat toen nog op zondag voetbalde. Ik stond op de woensdag na elke avond op het trainingsveld, ging met de A1 op zaterdag naar Emmen of naar Venlo, was best wel laat thuis en op zondag speelden we dan thuis om 12 uur. Ik moet wel zeggen dat ik soms op maandag afgedraaid op mijn werk verscheen, maar dat werk is nooit ten koste gegaan van mijn voetbalwerkzaamheden. Ik keek wel uit.

Terugkijkend op die periode bij Feyenoord gloeit het hart van Dammes nog altijd. ‘Joh, het was zo goed daar. Ik kon met iedereen overweg en heb veel steun gehad van onder meer Rob Warner en Jan Mastenbroek, net als ik een Katendrechter. Maar bij alle andere clubs waar ik gewerkt heb kom ik ook nog altijd graag. Barendrecht bijvoorbeeld. Zo’n fijne club. Ik heb er 7 jaar analyses van tegenstanders gemaakt en gescout. Het was in de periode van Jack van den Berg, die ik als speler al bij Feyenoord had meegemaakt. Analyses maken was trouwens enorm veel werk. Op zaterdag ging je in je uppie naar een aanstaande tegenstander, naar Lisse-ASWH bijvoorbeeld. Nee, ik ging dan niet achter een boom staan spioneren. Dat ging gewoon open en bloot. In de bestuurskamer de opstellingen vragen en zo. Dat ging bij sommige clubs niet zo makkelijk overigens. ‘Wat kom je doen’, vroegen ze dan. Ik maakte notities tijdens de wedstrijd en werkte die op zondag uit. Daar was ik wel 4 tot 5 uur mee bezig. Wat doet de ploeg in balbezit? Wat doen ze bij balverlies? Hoe zijn de verdedigende corners? De aanvallende corners? Hoe gaat het bij vrije trappen? Sterke en zwakke punten van spelers worden toegelicht.  Alles verwerkte ik in mijn verslagen die vaak bestonden uit meerdere bladzijden. Dat lichtte ik op maandag allemaal toe bij de trainer die er dan zijn voordeel mee kon doen. Bij Barendrecht ben ik ook jarenlang scout geweest. Ook dat is leuk werk. Het is geen kunst om voetballers te ontdekken die het al gemaakt hebben. Het gaat juist om spelers die je bij kleinere clubs op ziet vallen. Sommige trainers willen dit soort voetballers trouwens niet. ‘Wat moet ik met gasten uit de derde of vierde klasse’, zeggen zij dan. ‘Maar gelukkig zijn er ook veel trainers die dergelijke spelers wel willen hebben.’

Tegenwoordig is Dammes niet meer aan een club verbonden. Maar het voetballen loslaten, dat nooit. ‘Ik ga nog altijd kijken, elk weekend en vaak ook nog door de week. Dan maak ik nog wel eens aantekeningen en zet die later thuis in mijn computer. Je weet nooit waar het nog goed voor is’, lacht hij.

Gerelateerde Artikelen
DELEN

19 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER