De werkploeg (41): GHVV’13

4

In het voetbalseizoen zet Jan Schoonen namens VoetbalRotterdam elke week de vrijwilligers van de werkploeg van een voetbalvereniging in de regio op de foto. Voor de 41e aflevering is hij langs geweest bij fusieclub GHVV’13, de samenvoeging van Bernisse en PFC. De vereniging is nu nog gehuisvest op twee locaties, te weten de Wethouder Gelderlandlaan in Heenvliet en de Toldijk in Geervliet. Een nieuw complex komt er zeker, maar dat is op zijn vroegst pas rond kerst 2018. Tot die tijd zijn er dus twee werkploegen.

De coördinatie is in handen van Wim Barendrecht. Wim is bestuurslid onderhoud & beheer en steekt zelf ook de handen uit de mouwen. Als zijn baan het toelaat, want hij werkt fulltime op een chemische fabriek in de Botlek. André Kieffer werkt ook nog. Hij is machinist en rijdt goederentreinen tussen Barendrecht en het Botlekgebied, maar steekt ook heel wat uurtjes in de club. Het komt wel eens voor dat hij na een nachtdienst niet meteen zijn bed induikt, maar eerst nog op de club gaat helpen. ‘Maar dat doe ik alleen als het heel erg druk is, hoor’, zegt hij haast verontschuldigend. ‘Eigenlijk kunnen we nog wel wat extra handjes gebruiken’, vindt hij.

Arie Aalbregtse is al zeker 18 jaar haast elke dag aanwezig. Hij maakt op de locatie Heenvliet de kleedkamers en de kantine schoon, houdt de kantinevoorraad bij en staat elke zaterdag achter de bar, ook als het eerste elftal moet voetballen. Dan kan hij nooit kijken en dat gaat hem wel een beetje aan het hart.  Gert de Jong is buiten bezig. Gert is wedstrijdsecretaris van de jeugd, maar is ook lid van de werkploeg. Deze week ruimt hij bladeren. ‘Dat is een soort water naar de zee dragen’, zeggen we tegen hem, wijzend naar de bomen om de velden die nog voor veel vallende bladeren zullen gaan zorgen. ‘Ach, dat geldt voor al het werk hier. Als de kleedkamers schoon zijn, worden ze ook weer vuil. Je bent nooit klaar’, is zijn antwoord. Kees Brakel is van plan een vlag te verwisselen. ‘Het zal moeilijk zijn om van hem een actiefoto te maken’, zeggen de anderen. Kees roemt de onderlinge sfeer. ‘Maar ik ben wel bijna altijd degene die afgezeken wordt. Daar moet ik dan thuis een week van bijkomen en dan kom ik weer’, zegt hij grijnzend. En weg is hij met zijn vlag.

Sjaan de Graaf is in het washok bezig. Ze maakt soms wel 30 uur per week op de club en is er ook elke zondag, samen met haar man Hans, die eveneens vele uren in de club steekt en in de vakanties de lijnen kalkt bij SCO’63 in Spijkenisse. Vandaag zit Hans op de grasmaaier. Vroeger werden hij en André geholpen door Aad van der Beek, maar die mag op doktersadvies geen inspannend werk meer doen. Aad is nog wel vaak op de club en steekt af en toe nog een handje uit. ‘Ik kan niet stilzitten en vind het jammer dat ik niet meer kan doen’, zegt hij.

In Geervliet is ook een clubje bezig. Jacqueline Snoek maakt er de kleedkamers en het massagehok schoon. Dat doet ze al ruim 20 jaar. Jannie Vuik is nog langer bij de club in de weer, al meer dan 40 jaar. Vroeger heeft ze nog gevoetbald, tegenwoordig is ze bijna elke dag bezig: de kantine en de keuken schoonmaken, bardiensten draaien. Al die werkzaamheden doet ze samen met Nelleke van ’t Hof, die vroeger ook gevoetbald heeft. Zeker 20 jaar lang.  Anita Vuik maakt eveneens schoon. Vandaag is er niet veel vuil, want zaterdag is er op de locatie Geervliet niet gevoetbald. Speciaal voor de foto trekt ze haar laarzen aan.

Buiten is Martin Wagemans aan het krijten. Dat doet hij minstens 1 keer in de week en op zaterdag is hij leider van het 6e elftal. Teun Poldervaart zit op de grasmaaier. Teun is een gouden vent voor de vereniging, zeggen de anderen. Hij kan alles. Een jaar of 5 geleden werd hij benoemd als lid van verdienste, maar dat vond hij maar niets: ‘Anderen die ook iets doen worden geen lid van verdienste.’ Eigenhandig heeft hij zijn bordje in de kantine van de muur gehaald. Gert Smolenaars is ook buiten bezig. Hij komt graag een ochtendje helpen. Hij is gevraagd door Kees Kleywegt, jarenlang secretaris van de club en nu een van de animatoren van de werkploeg. Tot slot hebben we nog Rini Soeteman, die haast elke dag met de bladblazer bezig is. ‘We noemen hem Rini Bladblazer. Zijn naam staat nog net niet op dat ding’, zegt Kees. Rini kan er zelf het hardst om lachen.

Gerelateerde Artikelen
DELEN

4 REACTIES